ECLI:NL:GHARN:2003:AO4320
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginhoven
- Hooft Graafland
- Mens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verlenging partneralimentatie na beëindiging uitkering
De vrouw verzocht het hof om verlenging van de onderhoudsplicht van de man tot haar pensioengerechtigde leeftijd, omdat zij de beëindiging van de alimentatie per 29 januari 2003 als ingrijpend ervaart. Zij voerde aan dat zij tijdens het huwelijk vooral zorgde voor de kinderen en weinig arbeidsverleden heeft, waardoor haar verdiencapaciteit beperkt is. Tevens is zij arbeidsongeschikt geworden en heeft zij geen aanspraak op het pensioen van de man.
De man betwistte de verlenging en stelde dat de vrouw zelf verantwoordelijk is voor haar terugval in inkomen, dat zij onvoldoende heeft geprobeerd haar arbeid te vergroten en dat hij financieel niet in staat is de gevraagde alimentatie te betalen. Het hof overwoog dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar werkkring direct na de echtscheiding niet had kunnen uitbreiden en dat zij daardoor in haar behoefte had kunnen voorzien, ook rekening houdend met haar latere arbeidsongeschiktheid.
Het hof concludeerde dat de beëindiging van de alimentatie per 29 januari 2003 weliswaar een inkomensdaling van meer dan 20% betekent, maar dat deze beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de vrouw gevergd kan worden. De bestreden beschikking van de rechtbank werd daarom bekrachtigd en het verzoek tot verlenging afgewezen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot verlenging van de alimentatieplicht af.