ECLI:NL:GHARN:2003:AO4525
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wammes
- Hooft Graafland
- Van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Ontheffing gezag moeder over kind wegens ongeschiktheid en plaatsing in pleeggezin
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep van de Raad voor de Kinderbescherming tegen de afwijzing door de rechtbank van het verzoek tot ontheffing van de moeder van het gezag over haar kind [M.]. Het kind verbleef sinds april 2000 in een pleeggezin vanwege ernstige bedreiging van haar geestelijke en lichamelijke belangen bij de moeder. Het pleeggezin bood een gunstig perspectief voor verzorging en opvoeding.
De raad stelde dat de moeder ongeschikt is om haar opvoedingsplicht te vervullen en dat de ontheffing noodzakelijk is om het kind duidelijkheid en stabiliteit te bieden. De moeder betwistte dit en wilde het gezag behouden, mede omdat het goed ging met het kind in het pleeggezin en zij medeverantwoordelijkheid wilde houden. De pleegouders en de Stichting Bureau Jeugdzorg ondersteunden het verzoek tot ontheffing vanwege de onduidelijkheid en onzekerheid die de voortdurende ondertoezichtstelling veroorzaakte.
Het hof oordeelde dat de perspectieven voor terugplaatsing bij de moeder niet zijn verbeterd en dat het belang van het kind bij een stabiele opvoedingssituatie in het pleeggezin zwaarder weegt dan de instemming van de moeder. De voortdurende onzekerheid over de verblijfplaats van het kind verstoorde het hechtingsproces en was niet in het belang van het kind. Daarom werd de beschikking van de rechtbank vernietigd en het verzoek tot ontheffing van het gezag toegewezen, met het gezag belast aan de Stichting Bureau Jeugdzorg.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontheffing van de moeder van het gezag over het kind toe en belast het gezag aan de Stichting Bureau Jeugdzorg.