ECLI:NL:GHARN:2003:AO4894
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginkel
- Hooft Graafland
- Mens
- Rechtspraak.nl
Opheffing uithuisplaatsing kinderen wegens ontbreken gegronde grond na ontkrachting beschuldigingen
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn twee kinderen. De uithuisplaatsing was aanvankelijk gebaseerd op verdenkingen van seksueel misbruik, die later ongegrond bleken. Daarnaast werd door de stichting een alcoholprobleem van de vader aangevoerd als reden voor de uithuisplaatsing.
Tijdens de mondelinge behandeling kwam naar voren dat de beschuldigingen van seksueel misbruik niet met de vader waren besproken voordat de stichting de machtiging tot spoed-uithuisplaatsing aanvroeg. Uit onderzoek bleek dat deze beschuldigingen ongegrond waren en dat er een hygiënische verklaring was voor de problemen van het kind. De kinderen functioneren goed en willen bij hun vader wonen.
Het hof oordeelde dat het vermeende alcoholprobleem van de vader, dat door hem wordt ontkend en waarvoor in de jarenlange ondertoezichtstelling geen aanleiding was geweest tot uithuisplaatsing, geen grond vormt voor voortzetting van de uithuisplaatsing. Er is onvoldoende bewijs dat de kinderen onder dit vermeende probleem zodanig lijden dat hun verzorging en opvoeding niet meer gewaarborgd is.
Gelet op het feit dat in het kader van de ondertoezichtstelling aan het vermeende alcoholprobleem gewerkt kan worden, concludeert het hof dat de gronden voor uithuisplaatsing niet langer aanwezig zijn. Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking voor zover deze de uithuisplaatsing betreft en heft de uithuisplaatsing per direct op.
Uitkomst: De uithuisplaatsing van de kinderen wordt opgeheven en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen.