ECLI:NL:GHARN:2003:AO4941
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Van Ginkel
- Mens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoekster in geschil over bewindvoering en mentorschap wegens ontbreken belanghebbende
In deze zaak staat centraal wie als bewindvoerder en mentor van de rechthebbende moet worden benoemd. Partijen zijn het erover eens dat de gezondheidstoestand van de rechthebbende zodanig is dat een vermogensbewind en mentorschap gerechtvaardigd zijn. Verzoekster vordert benoeming tot bewindvoerder en mentor, terwijl verweerders zich hiertegen verzetten en betogen dat verzoekster geen belanghebbende is.
Verzoekster baseert haar belang op een algemene volmacht en de langdurige persoonlijke relatie met de rechthebbende na hun echtscheiding. Het hof overweegt dat verzoekster geen belanghebbende is in de zin van artikel 798 lid 1 Rv Pro, omdat de procedure niet rechtstreeks haar rechten betreft. Ook de algemene volmacht verandert hier niets aan.
Ten aanzien van artikel 798 lid 2 Rv Pro, dat andere levensgezellen als belanghebbenden aanmerkt, oordeelt het hof dat verzoekster niet als zodanig kan worden beschouwd. Hoewel er na de echtscheiding contact en verzorging was, ontbrak een duurzame affectieve relatie vergelijkbaar met die tussen echtgenoten. Verzoekster heeft de huwelijksband verbroken en er was geen gezamenlijke huishouding of herstel van de relatie.
De slotsom is dat verzoekster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoeken. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken tot bewindvoering en mentorschap wegens het ontbreken van het vereiste belang.