ECLI:NL:GHARN:2003:AO4949
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wammes
- Hooft Graafland
- Renckens
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap afgewezen wegens overschrijding wettelijke termijn
De man verzocht de rechtbank om het vaderschap van zijn kind te ontkennen, omdat hij meende niet de biologische vader te zijn. De rechtbank verklaarde zijn verzoek niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn van één jaar na bekendwording van het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is. De man ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de man reeds tijdens de zwangerschap, direct na de geboorte en bij de echtscheiding twijfels had over zijn vaderschap, waardoor de termijn van één jaar was gaan lopen. De man had onvoldoende concrete feiten gesteld om aan te tonen dat hij binnen die termijn bekend was met het feit dat hij vermoedelijk niet de vader was. Ook het ontbreken van DNA-onderzoek werd door het hof meegewogen.
De vrouw en de bijzondere curator van het kind stelden dat het belang van het kind wordt geschaad door late ontkenning en dat de man onvoldoende meewerkte aan onderzoek. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de man tevens in de kosten van het hoger beroep, omdat het beroep nodeloos was ingesteld zonder nieuwe feiten.
De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van de wettelijke termijn voor ontkenning van vaderschap en het belang van het kind bij het behoud van juridische familiebanden.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek tot ontkenning van het vaderschap niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn en veroordeelt de man in de proceskosten.