ECLI:NL:GHARN:2004:AO5121
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- R.F.C. Spek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op uitbetaling verschil gecombineerde heffingskorting en inkomensheffing
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001, waarin zij stelt recht te hebben op uitbetaling van het verschil tussen haar gecombineerde heffingskorting en de gecombineerde inkomensheffing, zijnde € 413.
De Inspecteur heeft de aanslag conform de aangifte vastgesteld met een gecombineerde inkomensheffing van € 1.230 en een gecombineerde heffingskorting van maximaal dat bedrag. Volgens artikel 8.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 mag de gecombineerde heffingskorting niet hoger zijn dan de verschuldigde gecombineerde inkomensheffing.
Belanghebbende is de minstverdienende partner en beroept zich op artikel 8.9 van de Wet, dat onder bepaalde voorwaarden een verhoging van de heffingskorting toelaat. Echter, omdat de partner geen ruimte laat voor verhoging (verschil nihil), is een extra uitbetaling niet mogelijk.
Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de heffingskorting terecht is vastgesteld op € 1.230. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.