ECLI:NL:GHARN:2004:AO7303
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M. Ettema
- R. Spek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verhoging waterschapsomslag gebouwd en bestuursrechtelijke rechtmatigheid
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verhoging van de aanslag waterschapsomslag gebouwd van € 76,69 in 2001 naar € 157,08 in 2002, een stijging van ruim 104%, en stelde dat dit misbruik van overheidsgezag en onbehoorlijk bestuur betrof. Het Waterschap Rivierenland had per 1 januari 2002 een nieuwe methode van kostentoedeling ingevoerd, waarbij de kostenverdeling voor waterkwantiteitsbeheer werd gebaseerd op de economische waarde van gebouwde en ongebouwde onroerende zaken. Deze wijziging volgde op een fusie van meerdere polderdistricts en waterschappen en sloot aan bij een gewijzigde taakopvatting en schaalvergroting in het waterbeheer.
Het hof stelde vast dat de nieuwe methode leidde tot een rechtvaardiger verdeling van kosten, passend bij de gewijzigde taakuitoefening van het waterschap. Belanghebbende voerde aan dat een dergelijke forse tariefstijging gespreid had moeten worden over meerdere jaren, maar het hof oordeelde dat hiervoor geen algemeen rechtsbeginsel bestaat en dat de tariefstelling als resultaat van wetgevende arbeid in principe niet ter beoordeling staat van de belastingrechter.
Ook werd overwogen dat de tariefstelling niet in strijd was met de Waterschapswet of met artikel 1 van Pro het Eerste protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, dat eigendomsbescherming regelt. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de verhoging van de waterschapsomslag gebouwd is ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.