ECLI:NL:GHARN:2004:AO7450
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterecht opgelegde baatbelasting voor gesplitst woonhuis als twee onroerende zaken
Belanghebbende is eigenaar van een woonhuis dat in twee gedeelten wordt bewoond: een gedeelte door belanghebbende en zijn gezin, en een ander gedeelte door zijn moeder, die een huurovereenkomst heeft. De gemeente Epe legde twee afzonderlijke aanslagen baatbelasting riolering 2001 op, omdat zij het woonhuis als twee onroerende zaken beschouwde.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het woonhuis voor toepassing van de Verordening baatbelasting moet worden aangemerkt als één onroerende zaak of als twee. De moeder bewoont een gedeelte zonder bad/douchegelegenheid, wat essentieel is voor zelfstandige bewoning.
Het Hof oordeelt dat een kraan boven het aanrecht geen bad/douchegelegenheid is en dat het gedeelte van de moeder daardoor niet als zelfstandige onroerende zaak kan worden beschouwd. De aanslag voor dat gedeelte wordt daarom vernietigd. Tevens veroordeelt het Hof de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag baatbelasting voor het gedeelte van het woonhuis zonder bad/douchegelegenheid wordt vernietigd.