ECLI:NL:GHARN:2004:AO7561

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
2 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/468
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Heisterkamp
  • Valk
  • Van den Dungen
  • Baron de Weichs de Wenne
  • Hamelink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:109 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnissen pachtkamer en afwijzing matiging schadevergoeding melkquotum

In deze civiele zaak stond de schadevergoeding ter discussie die verband hield met de verkoop van een melkquotum. De pachtkamer te Hilversum had de pachtovereenkomst ontbonden en [appellant] veroordeeld tot medewerking aan de overdracht van het melkquotum tegen een vergoeding van f 1,985 per kg. De totale schade werd vastgesteld op f 20.620,18.

[Appellant] voerde aan dat hij het melkquotum voor een lagere prijs dan de marktwaarde had verkocht en dat hij het ontvangen bedrag had gebruikt om schuldeisers te betalen, waardoor matiging van de schadevergoeding gerechtvaardigd zou zijn. Het hof verwierp dit beroep omdat het lagere verkoopbedrag voor eigen risico van [appellant] kwam en de bestemming van het geld geen grond gaf voor matiging.

Het hof verwees naar eerdere tussenarresten en bevestigde dat de grieven van [appellant], voor zover niet eerder beoordeeld, falen. De vonnissen van de pachtkamer werden bekrachtigd en [appellant] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst het beroep op matiging van de schadevergoeding af.

Uitspraak

2 maart 2004
pachtkamer
rolnummer 02/468 P
G E R E C H T S H O F T E A R N H E M
Arrest
in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
procureur: mr. N.J.L.M Rijssenbeek,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
procureur: mr. J.M. Bosnak.
1 Voortzetting van het geding in hoger beroep
Ter uitvoering van het tussenarrest van dit hof van 27 januari 2004 heeft [geïntimeerde] bij akte een productie in het geding gebracht. Gelijktijdig hebben partijen de stukken aan het hof overgelegd voor het wijzen van arrest.
2 Voortzetting van de beoordeling van het geschil in hoger beroep
2.1 Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 27 januari 2004. Volhard wordt bij hetgeen in dat arrest is overwogen en beslist.
2.2 [geïntimeerde] heeft bij akte het gevraagde vonnis van de pachtkamer te Hilversum van 27 januari 1994 in het geding gebracht. Uit dat uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis blijkt dat de pachtkamer de pachtovereenkomst met onmiddellijke ingang heeft ontbonden en dat [appellant] per direct is veroordeeld tot medewerking aan overdracht van het melkquotum tegen een door [geïntimeerde] binnen 14 dagen na de registratie van het melkquotum te betalen vergoeding van f 1,985 per kg. Gelet op rechtsoverweging 5.6 van het tussenarrest van 8 juli 2003 betekent dit, dat de schade van [geïntimeerde] kan worden bepaald aan de hand van een prijs van f 1,985 per kg. Hiervan uitgaande heeft de pachtkamer te Hilversum in haar vonnis van 3 april 2002 de totale schade terecht vastgesteld op f 20.620,18 zoals gevorderd.
2.3 Voor zover [appellant] zich wil beroepen op matiging van de schadevergoeding omdat hij voor het gehele melkquotum een bedrag van slechts f 29.086,40 heeft ontvangen en dat bedrag direct heeft aangewend ter betaling van zijn schuldeisers, wordt dit beroep verworpen. Uit rechtsoverweging 5.6 van het tussenarrest van 8 juli 2003 volgt dat het ervoor moet worden gehouden dat [appellant] het melkquotum voor een lagere prijs dan de destijds geldende marktwaarde heeft verkocht; dit komt voor zijn eigen risico en geeft geen aanleiding de mindere opbrengst mede ten laste van [geïntimeerde] te brengen. Ook de gestelde bestemming van het geld - betaling van schuldeisers - levert geen grond op om tot matiging over te gaan. Al met al heeft [appellant] onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd ter onderbouwing van zijn kennelijke standpunt dat toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen in de zin van artikel 6:109 van Pro het Burgerlijk Wetboek zou leiden.
2.4 Uit het tussenarrest van 27 januari 2004 en dit arrest volgt dat de grieven van [appellant], voor zover niet beoordeeld in het tussenarrest van 8 juli 2003, falen. Dit brengt mee dat de vonnissen waarvan beroep zullen worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep.
3 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep,
bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de pachtkamer te Hilversum van 31 oktober 2001 en 3 april 2002, waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 193,-- wegens griffierecht en € 817,50 wegens salaris.
Dit arrest is gewezen door mrs. Heisterkamp, Valk en Van den Dungen en de raden Baron de Weichs de Wenne en ing. Hamelink en is uitgesproken in tegenwoor-digheid van de griffier ter openbare terechtzitting van 2 maart 2004.