ECLI:NL:GHARN:2004:AO8259
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mens
- Hooft Graafland
- Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kinderrechter bij verzoek gezinsvoogd voor vervangende toestemming paspoortafgifte
De zaak betreft een verzoek van Bureau Jeugdzorg Overijssel (BJO) om vervangende toestemming voor afgifte van paspoorten aan twee onder toezicht gestelde minderjarige kinderen, waarbij de moeder in hoger beroep kwam tegen de beschikking van de rechtbank die deze toestemming verleende.
De kinderen verblijven in pleeggezinnen en hebben paspoorten nodig voor vakanties met hun pleeggezinnen. De moeder wenst geïnformeerd te worden over de verblijfplaats van de kinderen tijdens vakanties en stelt bezwaren tegen de wijze van toestemmingverlening. De vader wil vooraf geïnformeerd worden over de vakantiebestemming.
De kern van het geschil is de vraag of de kinderrechter bevoegd is om op verzoek van de gezinsvoogd vervangende toestemming te verlenen voor paspoortafgifte. Het hof stelt vast dat het vervallen van artikel 36 van Pro de Paspoortwet, dat een bijzondere regeling gaf voor onder toezicht gestelde minderjarigen, niet heeft geleid tot een wettelijke bevoegdheid voor de kinderrechter om op verzoek van de gezinsvoogd een dergelijke toestemming te verlenen.
Het hof concludeert dat de beslissingsbevoegdheid tot het afgeven van verklaringen van toestemming voor paspoortaanvragen bij de gezagsdragers blijft en niet wordt beperkt door een ondertoezichtstelling. Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking en wijst het het verzoek van BJO af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de gezinsvoogd om vervangende toestemming voor paspoortafgifte af wegens gebrek aan bevoegdheid van de kinderrechter.