ECLI:NL:GHARN:2004:AO8274
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Maas de Bie
- Wesseling-Lubberink
- Wammes
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatie na vijftien jaar met ingang van 1 maart 2000
Partijen zijn in 1969 gehuwd en in 1984 gescheiden waarbij de man alimentatie aan de vrouw moest betalen. De man stopte in februari 2000 eenzijdig met de betalingen, met vermelding dat dit de laatste betaling was na vijftien jaar alimentatie. De vrouw ontving vanaf april 2003 een bijstandsuitkering en stelde dat de beëindiging van de alimentatie te ingrijpend was en niet van haar kon worden gevergd.
De vrouw maakte pas in september 2002 aanspraak op betaling, ruim twee jaar na de stopzetting. Het hof oordeelde dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom zij zo laat reageerde en dat de man redelijkerwijs mocht aannemen dat zij instemde met de stopzetting. De vrouw gaf onvoldoende inzicht in haar financiële situatie tussen 2000 en 2002.
Het hof bevestigde dat de onderhoudsverplichting na vijftien jaar kan worden beëindigd, tenzij dit onredelijk is. Omdat dit niet aannemelijk was, werd de alimentatie beëindigd. De beëindiging werd vastgesteld met ingang van 1 maart 2000, omdat een eerdere datum zou leiden tot onredelijke terugbetalingsverplichtingen voor de vrouw.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de ingangsdatum betrof en in zoverre opnieuw vastgesteld. Het overige werd bekrachtigd.
Uitkomst: De onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw wordt definitief beëindigd met ingang van 1 maart 2000.