ECLI:NL:GHARN:2004:AO8767

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
3 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AVNR 7199-03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Nunnikhoven
  • Mannoury
  • Harteveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding na vrijspraak en voorlopige hechtenis wegens meineed

De voormalige klusjesman van SE Fireworks werd verdacht van meineed en op 8 augustus 2000 in verzekering gesteld. Na negen dagen voorlopige hechtenis werd hij op 17 augustus 2000 vrijgelaten. Bij arrest van 27 maart 2003 sprak het hof hem vrij, waardoor de zaak eindigde zonder strafoplegging.

Op 19 juni 2003 diende zijn advocaat een verzoek tot schadevergoeding in op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering, wegens de door hem geleden schade als gevolg van de voorlopige hechtenis. Het hof hield op 5 april 2004 een openbare raadkamer en nam kennis van de stukken, waaronder de conclusie van de advocaat-generaal die pleitte voor een gedeeltelijke toewijzing.

Het hof oordeelde dat hoewel er ernstige bezwaren tegen verzoeker bestonden, de voorlopige hechtenis niet onrechtmatig was. Desondanks achtte het hof op grond van billijkheid een vergoeding passend, verhoogd tot €190 per dag vanwege de bijzondere omstandigheden. Uiteindelijk kende het hof een vergoeding van €1.710 toe en bepaalde dat dit bedrag via de advocaat aan verzoeker zou worden betaald.

Uitkomst: Het hof kent een schadevergoeding van €1.710 toe voor negen dagen voorlopige hechtenis na vrijspraak.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE ARNHEM
Avnr: 7199-03
Het hof heeft gezien het op 19 juni 2003 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift van mr W.F. de Haan, advocaat te Groningen, namens,
[betrokkene]
geboren te Utrecht, op 26 juni 1942,
wonende te (woonplaats), (straatnaam),
hierna te noemen verzoeker,
strekkende tot toekenning van een vergoeding ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering ter zake van schade als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
Het hof heeft gehoord in openbare raadkamer van 5 april 2004 de advocaat-generaal en verzoeker, bijgestaan door mr W.F. de Haan.
Het hof heeft kennis genomen van de overige zich in het procesdossier bevindende stukken, waaronder de conclusie van de advocaat-generaal.
OVERWEGINGEN
1. Bij in kracht van gewijsde gegaan arrest van het hof van 27 maart 2003 is verzoeker vrijgesproken van het hem telastegelegde. De zaak is derhalve geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
2. Het verzoekschrift is tijdig ingediend.
3. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de gevraagde vergoeding tot een standaardbedrag van € 95,- per dag in voorlopige hechtenis doorgebracht.
4. De raadsman heeft het verzoekschrift toegelicht conform een overgelegde pleitnotitie en gepersisteerd bij het verzoek.
5. De raadsman heeft in zijn verzoekschrift aangevoerd dat er bij de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis van verzoeker sprake is geweest van detournement de pouvoir. Nu er ten tijde van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis ernstige bezwaren tegen verzoeker bestonden kan echter niet gezegd worden dat de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis onrechtmatig waren. Schadevergoeding kan onder deze omstandigheden alleen worden toegekend indien en voor zover daartoe gronden van billijkheid aanwezig zijn.
6. Op grond van het bepaalde in artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan de rechter aan de gewezen verdachte, in het geval de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en de rechter daarvoor – alle omstandigheden in aanmerking genomen – gronden van billijkheid aanwezig acht, een vergoeding toekennen voor schade die hij heeft geleden ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. Een dergelijk geval doet zich hier voor.
7. Verzoeker is op 8 augustus 2000 in verzekering gesteld en op 17 augustus 2000 in vrijheid gesteld. Verzoeker heeft derhalve negen dagen in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Deze negen dagen zijn bovendien op het politiebureau dan wel in beperkingen doorgebracht.
8. Het leven van verzoeker is na de ramp in Enschede ontegenzeggelijk sterk veranderd. Onvoldoende is echter komen vast te staan dat alle door de raadsman aangevoerde feiten en omstandigheden in direct causaal verband staan met de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
9. Het hof is van oordeel dat redenen aanwezig zijn om aan verzoeker een hogere vergoeding toe te kennen dan de gebruikelijke. Gelet op de omstandigheden van het geval acht het hof het billijk aan verzoeker een vergoeding toe te kennen van € 190,= per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
10. Ten aanzien van de kosten van indiening en behandeling van het verzoekschrift zal het hof een afzonderlijke beslissing nemen.
BESCHIKKENDE
Het hof:
- kent aan verzoeker toe op gronden als hiervoor omschreven een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 1.710,- (zegge: duizend zevenhonderd en tien euro) en gelast de tenuitvoerlegging daarvan;
- wijst af het meer of anders verzochte;
- bepaalt dat voormeld bedrag aan verzoeker zal worden betaald door overschrijving op bankrekeningnummer [] ten name van De Haan Advocaten te Groningen onder vermelding van [betrokkene]/ 89 Sv.
Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mrs Nunnikhoven, voorzitter, Mannoury en Harteveld, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Collombon, griffier, ondertekend door de voorzitter en de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 mei 2004.