ECLI:NL:GHARN:2004:AO9344
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- De Boer
- Wesseling-Lubberink
- Wammes
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling en gezagswijziging minderjarige na beëindiging relatie ouders
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter inzake gezag en omgang met zijn minderjarige kind [H.], geboren uit een beëindigde relatie met de moeder. Hij verzocht primair om alleen het gezag te krijgen en subsidiair om gezamenlijk gezag met de moeder, alsmede een omgangsregeling.
De moeder bestreed het verzoek en stelde incidenteel beroep in tegen de omgangsregeling. Het hof oordeelde dat er onvoldoende aanleiding was voor benoeming van een bijzondere curator en wees het primaire verzoek tot gezagswijziging af omdat dit niet in het belang van [H.] was. Het subsidiaire verzoek tot gezamenlijk gezag werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat de moeder dit niet wenste.
De omgangsregeling van de kantonrechter werd vernietigd voor zover deze betrekking had op de omgang tussen vader en [H.] en het hof stelde een regeling vast die overeenkomt met de tijdelijke regeling van 12 december 2003. De kosten van het geding werden gecompenseerd en ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezagswijziging af, verklaart de vader niet-ontvankelijk in het subsidiaire gezagsverzoek en stelt een omgangsregeling vast die overeenkomt met de voorlopige regeling.