ECLI:NL:GHARN:2004:AO9930
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek levensonderhoud dochter bij inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende heeft in 1999 zijn dochter financieel ondersteund na haar scheiding, waaronder betaling van een bedrag van f 25.910 aan haar ex-echtgenoot wegens overbedeling. Hij vorderde deze uitgave in aftrek als voorziening in het levensonderhoud in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999.
De Inspecteur wees dit af en deed uitspraak op bezwaar na een overschrijding van de wettelijke termijn. Belanghebbende stelde dat de uitspraak vernietigd moest worden wegens termijnoverschrijding en onvoldoende motivering.
Het Hof oordeelt dat de termijnoverschrijding niet leidt tot vernietiging en dat de motivering voldoende is. Gelet op het vermogen en inkomen van de dochter, inclusief een overwaarde van circa f 60.000 en een bruto jaarinkomen van f 41.082, is geen sprake van zodanige behoeftigheid dat belanghebbende zich redelijkerwijs gedrongen moest voelen tot betaling.
Het Hof merkt op dat indien de dochter het bedrag zelf had moeten lenen, haar vermogen niet onder de bijstandsnorm zou zijn gekomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.