ECLI:NL:GHARN:2004:AP0037
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- De Boer
- Steenberghe
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verzekeraar voor verkeersongeval in Turkije met discussie over toepasselijk recht
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde dat Centraal Beheer aansprakelijk wordt gesteld voor materiële en immateriële schade geleden door een verkeersongeval op 17 juni 1990 in Turkije. De geïntimeerde zat als passagier in een Nederlandse auto die van de weg raakte en een geparkeerde bromfiets raakte, waarna de auto een helling afviel. De verzekeraar Centraal Beheer was ten tijde van het ongeval aansprakelijk voor de betreffende auto.
De rechtbank Arnhem wees tussenvonnissen en een eindvonnis, waarop Centraal Beheer hoger beroep instelde. De kern van het geschil betreft het toepasselijke recht: Centraal Beheer beroept zich op verjaring volgens Turks recht, terwijl de rechtbank het Nederlandse recht toepaste op grond van het Haags Verkeersongevallenverdrag. Centraal Beheer stelt dat de bromfiets betrokken was bij het ongeval, waardoor het verdrag anders moet worden uitgelegd.
Het hof oordeelt dat de bromfiets, hoewel geparkeerd, wel degelijk betrokken is bij het ongeval in de zin van het verdrag, gebaseerd op een rapport van E.W. Essén. Omdat de bromfiets niet in Nederland was geregistreerd, is er geen sprake van eenzijdig ongeval of betrokkenheid van twee in Nederland geregistreerde voertuigen. Hierdoor is het Turkse recht van toepassing volgens artikel 3 van Pro het verdrag.
Het hof acht de inhoud van het Turkse recht onvoldoende toegelicht en heeft een rapport aangevraagd bij het Internationaal Juridisch Instituut. Partijen krijgen gelegenheid om zich hierover uit te laten, waarna het hof de zaak verder zal behandelen. De uitspraak is gewezen door de rechters Makkink, De Boer en Steenberghe op 18 mei 2004.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nadere behandeling na rapport over het Turkse recht.