ECLI:NL:GHARN:2004:AP0262
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-Van Hees
- Houtman
- Röben
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
Appellanten, een stel met twee kinderen en een gezamenlijke huishouding, verzochten om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast van circa €42.000. De rechtbank Zwolle wees dit verzoek af, waarna appellanten in hoger beroep gingen.
Het hof constateerde dat appellant als katvanger tegen betaling kentekens op zijn naam zette, wat leidde tot aanzienlijke belastingschulden, voornamelijk motorrijtuigenbelasting. Deze handelwijze werd als niet te goeder trouw beoordeeld. Ook de schulden aan het CJIB, bestaande uit boetes, werden als niet te goeder trouw ontstane schulden aangemerkt. Hoewel bij appellante geen kentekens op naam stonden, profiteerde zij mee van de inkomsten en liet zij de vorderingen onbetaald, wat haar eveneens niet te goeder trouw maakt.
Ondanks dat appellanten sinds 1999 budgetbeheer ontvangen en een weekgeld van €70,- hanteren, acht het hof dit onvoldoende om hen toe te laten tot de regeling. De recente aard van de schulden en het feit dat appellant nog kentekens op zijn naam had tot kort voor de zitting, evenals zijn voorlopige hechtenis, maken dat hij niet aan de verplichtingen kan voldoen. Ook appellantes intentie om te gaan werken werd onvoldoende concreet geacht.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af wegens niet te goeder trouw ontstane schulden.