ECLI:NL:GHARN:2004:AP0304
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek buitengewone lasten voor kinderopvang bij niet-werkende partner
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2000 een bedrag aan buitengewone lasten opgevoerd voor zowel studiekosten als kinderopvangkosten, waarbij hetzelfde bedrag tweemaal in aftrek werd gebracht. Het hof stelt vast dat de wet niet toestaat dat hetzelfde bedrag tweemaal wordt afgetrokken en dat een keuze moet worden gemaakt tussen de twee aftrekposten.
Het hof oordeelt dat de kosten van kinderopvang niet als studiekosten kunnen worden aangemerkt omdat het verband met de studie niet voldoende rechtstreeks is. Daarnaast stelt de wet dat voor aftrek van kinderopvangkosten beide partners betaalde werkzaamheden buiten het huishouden moeten verrichten met een bepaald minimuminkomen. Omdat de echtgenote van belanghebbende niet aan deze voorwaarde voldeed, bestaat er geen recht op aftrek van kinderopvangkosten.
Belanghebbendes beroep dat deze eis leidt tot rechtsongelijkheid wordt verworpen, omdat studerenden en werkenden niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd. Het hof verwijst naar de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat de regeling is bedoeld om misbruik te voorkomen en arbeidsparticipatie te bevorderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aftrek van kinderopvangkosten wordt geweigerd.