ECLI:NL:GHARN:2004:AP3619
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Barels
- Rutgers van der Loeff
- Van Kuijck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis ondanks overschrijding maximale celtermijn
Verdachte werd op 23 april 2004 in bewaring gesteld en op 28 april 2004 werd gevangenhouding bevolen. Volgens artikel 15a van de Penitentiaire Beginselenwet had verdachte uiterlijk op 3 mei 2004 om 14.30 uur in een Huis van Bewaring geplaatst moeten zijn, maar hij verbleef tot 4 mei 2004 in een politiecel, wat een overschrijding van één dag betekent.
De raadsman van verdachte verzocht op 6 mei 2004 om opheffing van de voorlopige hechtenis vanwege deze overschrijding, stellende dat de wet en wetsgeschiedenis geen ruimte laten voor een andere reactie dan onmiddellijke vrijlating. De officier van justitie weigerde dit verzoek, maar zorgde ervoor dat verdachte alsnog op 4 mei 2004 in een Huis van Bewaring werd geplaatst.
De rechtbank wees het verzoek tot opheffing af met de overweging dat een verblijf van maximaal 10 dagen in een politiecel acceptabel is en dat de geringe overschrijding de detentie niet onrechtmatig maakt in de zin van artikel 5 EVRM Pro. Het hof bevestigde deze beslissing na belangenafweging en oordeelde dat de gebrekkige tenuitvoerlegging niet de geldigheid van het bevel aantast en dat vrijlating niet noodzakelijk is.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af ondanks de overschrijding van de maximale duur in een politiecel.