ECLI:NL:GHARN:2004:AP6925
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- Ettema
- Van Rij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingekomen werknemer voor toepassing 30%-regeling bij terugkeer in Nederland
Belanghebbende keerde in 2002 terug naar Nederland en schreef zich in als eenmanszaak. Kort daarna werd een B.V. opgericht waar hij vanaf augustus 2002 in dienst trad. Hij verzocht om toepassing van de 30%-regeling voor ingekomen werknemers, maar de Inspecteur wees dit af omdat bij binnenkomst geen inhoudingsplichtige bestond en de dienstbetrekking pas later begon.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende als ingekomen werknemer kon worden aangemerkt in de zin van artikel 15a van de Wet op de loonbelasting 1964. Het hof oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door een inhoudingsplichtige uit het buitenland was aangeworven.
De stelling dat de voorperiode aan de B.V. kon worden toegerekend en dat de oprichting van de B.V. slechts formeel onvolkomen was, deed niet af aan het feit dat bij binnenkomst geen inhoudingsplichtige bestond. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat hij niet als ingekomen werknemer kan worden aangemerkt.