ECLI:NL:GHARN:2004:AQ5057
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginhoven
- Hooft Graafland
- Wesseling-Lubberink
- Rechtspraak.nl
Verzoek gezamenlijk gezag niet-ontvankelijk bij niet-gehuwde ouders
De moeder en vader hebben een kind, [A.], geboren in 2000. De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit. De vader heeft het kind erkend en verzocht om gezamenlijk gezag met de moeder. De rechtbank had het gezamenlijk gezag toegewezen en een omgangsregeling vastgesteld.
De moeder ging in hoger beroep tegen het gezamenlijk gezag en betoogde dat het verzoek niet ontvankelijk was en dat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is, mede omdat de ouders niet met elkaar willen communiceren. De vader verdedigde het verzoek en verwees naar een eerdere uitspraak van het hof Leeuwarden.
Het hof oordeelde dat artikel 1:253o BW niet van toepassing is omdat de ouders niet gehuwd zijn geweest. Het verzoek moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 1:252 BW Pro, dat vereist dat het verzoek gezamenlijk door beide ouders wordt gedaan. Omdat de moeder zich tegen het gezamenlijk gezag verzet, is de vader niet-ontvankelijk. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde het verzoek van de vader niet-ontvankelijk. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag niet-ontvankelijk en vernietigt de beschikking van de rechtbank.