ECLI:NL:GHARN:2004:AQ8948
Gerechtshof Arnhem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verlies uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2000 een verlies uit aanmerkelijk belang geclaimd, waarvan slechts een deel werd verrekend in een voorlopige aanslag. Later stelde de inspecteur het verlies uit aanmerkelijk belang bij beschikking van 24 juni 2003 op nihil vast. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, waarop bij uitspraak van 3 december 2003 werd beslist. Vervolgens werd beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
Belanghebbende verzocht om een voorlopige voorziening omdat hij spoedeisend belang had, onder meer omdat de bank overwoog kredieten op te zeggen en zekerheid op onroerend goed zocht. Hij wilde primair dat het hof onmiddellijk uitspraak deed in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat nader onderzoek redelijkerwijs kan bijdragen aan de beoordeling en dat de zaak zich leent voor meervoudige behandeling, waardoor het primaire verzoek werd afgewezen.
Subsidiair verzocht belanghebbende om de inspecteur te bevelen uitvoering te geven aan de voorlopige aanslag, maar ook dit verzoek werd afgewezen. De voorzieningenrechter hield rekening met het belang van belanghebbende bij spoedige beschikbaarheid van geld en het belang van de fiscus bij zekerheid voor terugvordering. De voorzieningenrechter besloot het verzoek tot voorlopige voorziening af te wijzen en spoedige behandeling van de bodemprocedure te bevorderen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens noodzaak tot nader onderzoek en meervoudige behandeling.