ECLI:NL:GHARN:2004:AR4657
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Groen
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling leningen en hypotheekbedrag wegens verjaring
In deze civiele zaak vordert appellante terugbetaling van meerdere bedragen die zij aan geïntimeerde en diens commanditaire vennootschap heeft verstrekt, waaronder een lening van september 1990, twee betalingen in juni en augustus 1991, en een bedrag dat ABN AMRO na verkoop van haar woning ontving op grond van een hypotheekrecht.
Appellante stelt dat de verjaringstermijn pas begon te lopen na haar schriftelijke opeising in november 2001, mede vanwege de huwelijksrelatie met geïntimeerde en het faillissement van geïntimeerde en de vennootschap. Geïntimeerde voert verjaring aan en betwist de aard van de betalingen en de toerekening van het hypotheekbedrag.
Het hof oordeelt dat de lening van september 1990 een verbintenis tot nakoming voor bepaalde tijd betreft en dat de verjaringstermijn van vijf jaar na faillissement in 1992 is gaan lopen, verlengd tot zes maanden na ontbinding van het huwelijk in 1997. De vordering is daardoor verjaard. Voor de betalingen in 1991 geldt dat deze, gelet op het ontbreken van schriftelijke afspraken en de betaling aan de vennootschap, als verbintenissen tot nakoming na onbepaalde tijd moeten worden beschouwd, maar ook deze vorderingen zijn verjaard.
Ten aanzien van het hypotheekbedrag oordeelt het hof dat appellante slechts subrogatie kan inroepen, maar ook deze vordering is verjaard. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Almelo en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van leningen en hypotheekbedrag wordt afgewezen wegens verjaring.