ECLI:NL:GHARN:2004:AR8055
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Steeg
- Rank-Berenschot
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verwijdering van resten houten kotter in havenbodem
Bij de berging van een houten kotter in mei 1998 zijn delen van het schip in de havenbodem terechtgekomen die toebehoorde aan geïntimeerde. Na opruimingswerkzaamheden bleken nog resten in de bodem aanwezig te zijn die mogelijk gevaar voor scheepsschroeven opleveren. Geïntimeerde vorderde onder meer een verklaring voor recht van onrechtmatig handelen, schadevergoeding, verwijdering van de resten en een voorschot op bergingskosten.
De rechtbank verklaarde geïntimeerde niet-ontvankelijk in de verklaring voor recht, maar oordeelde dat appellant aansprakelijk is voor de schade door de resten in de havenbodem. Het hof verwierp het verweer van appellant dat geïntimeerde geen belang meer had na verkoop van de haven en bevestigde dat de aansprakelijkheid geldt voor alle resten, ongeacht of deze milieuverontreiniging veroorzaken.
Het hof achtte het deskundigenrapport van PRC Bouwcentrum overtuigend en oordeelde dat de eigenaar van de haven niet hoeft te dulden dat resten van andermans schip op zijn bodem achterblijven, ook zonder direct gevaar. Het tussenvonnis werd bekrachtigd en de zaak verwezen voor verdere afdoening, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het tussenvonnis dat appellant aansprakelijk is voor de resten van de kotter in de havenbodem en veroordeelt tot verwijdering en schadevergoeding.