ECLI:NL:GHARN:2004:AR8398
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Renckens
- Van Ginkel
- Mens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake alimentatiebijdrage na echtscheiding met wijziging van omstandigheden
Partijen zijn in 1976 gehuwd en in 1995 gescheiden. De rechtbank had destijds een alimentatiebijdrage vastgesteld voor de vrouw, die met wettelijke indexering was verhoogd tot € 1.193,08 per maand in 2003. De vrouw verzocht om verhoging van deze bijdrage, terwijl de man om verlaging vroeg vanwege vermeende gewijzigde omstandigheden.
Het hof volgt de behoefteberekening van de vrouw, gebaseerd op 60% van het gezamenlijke netto gezinsinkomen minus de kosten van de kinderen, vermeerderd met wettelijke indexering. Hoewel de vrouw sinds 2000 extra inkomen uit arbeid heeft, acht het hof dit onvoldoende om geheel in haar levensonderhoud te voorzien. De man kon zijn stelling dat de vrouw meer inkomen kan verwerven niet aannemelijk maken.
Het hof oordeelt dat partijen een overeenkomst over de alimentatiebijdrage hebben gesloten en dat een verzoek tot wijziging op grond van artikel 1:401 lid 1 of Pro lid 5 BW moet worden beoordeeld. Omdat de vrouw haar verzoek niet op deze gronden baseert, wordt haar verzoek tot verhoging afgewezen. Het verzoek van de man tot verlaging wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende wijziging van omstandigheden.
De bestreden beschikking wordt gedeeltelijk vernietigd en gedeeltelijk bekrachtigd. De alimentatiebijdrage blijft gehandhaafd op het niveau vastgesteld door de rechtbank, en de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot verlaging van de alimentatie af en handhaaft de bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw.