ECLI:NL:GHARN:2004:AR8445
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mens
- Hooft Graafland
- Renckens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bij vaststelling alimentatie na echtscheiding met gewijzigde draagkracht en behoefte
Partijen zijn na hun echtscheiding in 2002 verdeeld over de hoogte van de alimentatie voor hun kind en de vrouw. De man stelt dat de overeengekomen bedragen in het convenant een grove miskenning van wettelijke maatstaven vormen en verzoekt wijziging van de alimentatiebedragen. De vrouw betwist dit en stelt hogere alimentatiebedragen vast.
Het hof overweegt dat bij het convenant sprake is geweest van grove miskenning van de wettelijke maatstaven, waardoor een onderzoek naar behoefte en draagkracht noodzakelijk is. Het inkomen van de man is aanzienlijk gestegen na het uiteengaan, wat de behoefte van het kind verhoogt. De behoefte van de vrouw wordt berekend volgens de 60%-regel, rekening houdend met haar huidige inkomen en redelijke lasten.
De man betwist dat de vrouw samenwoont en daarmee onderhoudsplicht vervalt, wat het hof afwijst wegens onvoldoende bewijs. De draagkracht van de man wordt berekend met inachtneming van zijn woonlasten, verzekeringen en bonusregeling. Het hof stelt vast dat de man voldoende draagkracht heeft om de alimentatie te betalen.
De alimentatie voor het kind wordt vastgesteld op € 750,- per maand met wettelijke indexering. Voor de vrouw wordt de behoefte vastgesteld op circa € 2.125,- netto per maand, met aanpassingen afhankelijk van betaalde lasten door de man. Het hof houdt rekening met fiscale aspecten en compenseert kosten tussen partijen. De beslissing wordt aangehouden voor nadere uitlatingen over fiscale behandeling en aanbod van de man.
Uitkomst: Het hof houdt de verdere beslissing aan en verzoekt partijen zich uit te laten over fiscale behandeling en het aanbod van de man.