ECLI:NL:GHARN:2004:AR8868
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Van Ginkel
- Mens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking wegens overschrijding beroepstermijn
Partijen zijn in 1975 gehuwd en hebben twee meerderjarige kinderen. De rechtbank sprak op verzoek van de vrouw de echtscheiding uit en legde de man een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw op. De man was in eerste aanleg niet verschenen. De echtscheidingsbeschikking werd aan de man betekend via het openbaar ministerie en openlijk bekendgemaakt.
De man stelde hoger beroep in tegen de beschikking, met name tegen de bijdrage in de kosten van levensonderhoud. Het hof onderzocht of het hoger beroep tijdig was ingesteld. Volgens artikel 820 lid 1 Rv Pro moet het hoger beroep binnen drie maanden na betekening of openlijke bekendmaking worden ingediend.
De betekening vond plaats aan het parket van het openbaar ministerie binnen het rechtsgebied van de vrouw, en de beschikking werd bekendgemaakt in de Staatscourant. Het hof oordeelde dat de beroepstermijn op 1 september 2003 begon en op 1 december 2003 was verstreken. Het beroepschrift van de man werd pas daarna ingediend, waardoor hij niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
Het hof verklaarde de man niet-ontvankelijk en bekrachtigde daarmee de bestreden beschikking van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan tijdens een openbare terechtzitting op 14 december 2004.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.