ECLI:NL:GHARN:2004:AS4159
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- Van Schie
- Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing 16e standaardvoorwaarde bij vervreemding aandelen binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, onderdeel van een fiscale eenheid sinds 1987, verkocht in 2002 aandelen van haar dochtermaatschappij binnen zes boekjaren, waardoor de 16e standaardvoorwaarde van toepassing werd verklaard door de Inspecteur. Deze standaardvoorwaarde voorkomt oneigenlijk gebruik van fiscale eenheden door het belasten van stille reserves bij vervreemding van aandelen binnen de termijn.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur door een brief in 1997 het vertrouwen had gewekt dat de sanctie niet zou worden toegepast zolang er geen aflossing op de schuldig gebleven koopsom plaatsvond. Het Hof oordeelde dat deze interpretatie niet redelijk was en dat de Inspecteur geen goedkeuring had gegeven voor het splitsen van de vordering, waardoor het vertrouwen niet gerechtvaardigd was.
Het Hof bevestigde dat de stille reserve op het pand correct was vastgesteld en dat de sanctie van de 16e standaardvoorwaarde terecht werd toegepast. Verdere argumenten van belanghebbende over onduidelijkheid en onrechtmatigheden werden verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting met toepassing van de 16e standaardvoorwaarde bevestigd.