ECLI:NL:GHARN:2005:AS7520
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Nunnikhoven
- Koksma
- Besier
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 12 jaar gevangenisstraf voor medeplegen moord in Rotterdam
Het Gerechtshof Arnhem heeft op 23 februari 2005 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 2 juli 2003. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van moord op het slachtoffer, de partner van een getuige en de vroegere vriend van verdachte. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht.
De bewezenverklaring betreft het medeplegen van moord door verdachte en haar mededaders, die het slachtoffer opzettelijk en met voorbedachten rade hebben gewurgd in haar woning te Rotterdam op 24 mei 2002. Het hof achtte bewezen dat verdachte een initiërende en sturende rol had bij het delict, onder meer bevestigd door een brief die zij aan een medeverdachte overhandigde met aanwijzingen om onjuiste verklaringen af te leggen.
De verdediging voerde onder meer psychische overmacht aan en betwistte medeplegen, stellende dat verdachte niet op de hoogte was van het moordplan. Het hof verwierp deze verweren op basis van getuigenverklaringen, proces-verbalen en deskundigenrapporten, waaronder die van het Pieter Baan Centrum. Verdachte werd toerekeningsvatbaar geacht en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar, lager dan de 15 jaar van de rechtbank maar ook lager dan de 12 jaar gevorderd door het Openbaar Ministerie.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van €12.349,89 aan de benadeelde partij, met een regeling voor verrekening indien mededaders betalen. De straf houdt rekening met de ernst van het delict, de rol van verdachte, haar jeugdige leeftijd en de impact op het slachtoffer en diens familie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij.