ECLI:NL:GHARN:2005:AT1011
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Hooft Graafland
- Mens
- Rechtspraak.nl
Waardering vermogensbestanddelen en meerwaardeclausule in verdeling vennootschap onder firma melkveebedrijf
In deze zaak staat de waardering van vermogensbestanddelen, zoals bedrijfsinventaris en vee, centraal in het kader van de verdeling van een vennootschap onder firma die een melkveebedrijf exploiteert. Het geschil betreft tevens de vraag of het ontbreken van een meerwaardeclausule in de vennootschapsovereenkomst en de akte van scheiding en deling heeft geleid tot een bevoordeling uit vrijgevigheid.
De Hoge Raad had de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem, dat vervolgens oordeelde dat de waardering van de vermogensbestanddelen moet geschieden op basis van agrarische waarde, conform de bedoeling van partijen om het familiebedrijf voort te zetten. Het hof benadrukte dat redelijkheid en billijkheid een waardering op basis van vrije economische waarde in de weg staan, omdat dit de voortzetting van het bedrijf onmogelijk zou maken.
Met betrekking tot de meerwaardeclausule stelde het hof vast dat noch in 1976 noch in 1991 een dergelijke clausule was opgenomen, en dat het ontbreken daarvan niet automatisch wijst op een schenking of bevoordeling uit vrijgevigheid. De verkoop van landerijen en de opbrengst daarvan zijn volledig gebruikt voor de continuïteit van het bedrijf, zodat geen privévoordeel is genoten.
Het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen van de rechtbank Alkmaar en compenseerde de proceskosten tussen partijen, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en wijst het meer of anders gevorderde af met kostencompensatie tussen partijen.