ECLI:NL:GHARN:2005:AT4449
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- A.M. van Amsterdam
- A.J.H. van Suilen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op tijdelijke verhoging algemene heffingskorting bij nihil belastingplicht
Belanghebbende heeft in 2001 een voorlopige teruggaaf ontvangen en aangifte gedaan van een belastbaar inkomen uit werk en woning van €4.967, bestaande uit winst uit onderneming. De zelfstandigenaftrek is niet van toepassing. De gecombineerde inkomensheffing bedroeg €1.606, waarop heffingskortingen werden toegepast en beperkt tot dit bedrag. De inspecteur handhaafde na bezwaar de aanslag.
Belanghebbende stelde recht te hebben op de tijdelijke verhoging van de algemene heffingskorting, maar het hof oordeelde dat hoewel zij aan de voorwaarden voldoet, de verhoging alleen geldt indien belasting verschuldigd is. De formule uit de Invoeringswet Wet IB 2001 laat zien dat de verhoging niet meer kan bedragen dan de belasting na aftrek van gewone heffingskortingen, en aangezien belanghebbende nihil belasting verschuldigd is, bestaat er geen recht op verhoging.
De inspecteur heeft de regeling correct toegepast en geen aansluiting gezocht bij de systematiek van 2000. Het feit dat belanghebbende een bedrag moet terugbetalen komt door een onterecht ontvangen voorlopige teruggaaf. Het hof verklaart het beroep ongegrond en wijst een kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belasting verschuldigd is en daardoor geen recht heeft op de tijdelijke verhoging van de algemene heffingskorting.