ECLI:NL:GHARN:2005:AT5148
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- A. Hammerstein
- R. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over correctie pensioenverplichting bij overdracht en afzien pensioenrechten
Belanghebbende heeft in 1994 de pensioenverplichtingen van een aandeelhouder overgenomen, waarbij de waarde van deze verplichting op het moment van overdracht centraal stond in het geschil. De Inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op die belanghebbende betwistte. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Het Hof stelde vast dat de overdracht van de pensioenverplichting en het afzien van pensioenrechten door de aandeelhouder onderdeel waren van een samenhangend geheel van rechtshandelingen gericht op belastingvermijding. Het Hof oordeelde dat bij de waardering van de pensioenverplichting op het moment van overdracht rekening moet worden gehouden met deze samenhang, en dat de waarde van de verplichting op dat moment hoger was dan belanghebbende had gesteld.
Het Hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat enkel de waarde op 12 december 1994 met een disconteringsvoet van 5% relevant was en stelde vast dat het voordeel uit de correctie van de pensioenverplichting in de belaste sfeer van belanghebbende ligt. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 1.620.179 en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 1.620.179.