ECLI:NL:GHARN:2005:AT5187
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- M.C.M. de Kroon
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep op meerderheidsregel bij naheffingsaanslag overdrachtsbelasting
Belanghebbende verkreeg op 12 november 1999 de economische eigendom van een onroerende zaak, waarbij discussie bestond of deze verkrijging belastbaar was onder artikel 2, tweede lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het belang van belanghebbende enig risico van tenietgaan omvatte. Het hof oordeelde dat dit het geval was vanwege bepalingen in de akte die verbeteringen en herstellingen voor rekening van belanghebbende legden.
Belanghebbende stelde subsidiair dat de naheffingsaanslag in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, omdat vergelijkbare gevallen in de regio zonder naheffing waren gebleven. Hoewel geen concrete namen werden genoemd, achtte het hof dit niet noodzakelijk omdat de Inspecteur over voldoende middelen beschikt om deze gevallen te achterhalen. De Inspecteur had echter geen onderzoek verricht.
Het hof oordeelde dat belanghebbende voldoende aannemelijk had gemaakt dat in de meerderheid van vergelijkbare gevallen geen naheffing was opgelegd, waardoor de meerderheidsregel van toepassing was. Deze regel beschermt tegen willekeur van de overheid. De boetebeschikking werd eveneens vernietigd, aangezien de Inspecteur deze had laten vervallen. Het hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en wees de Staat aan als de vergoedingsplichtige.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en boetebeschikking wordt gegrond verklaard en deze worden vernietigd.