ECLI:NL:GHARN:2005:AT6104
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rijken
- Korthals Altes
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Recht op inzage financiële administratie nalatenschap tussen deelgenoten
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant, als deelgenoot in een nalatenschap, recht had op inzage van een pakket administratieve bescheiden dat deel uitmaakt van de nalatenschap van zijn ouders. De nalatenschap was nog niet verdeeld en appellant vorderde inzage om de omvang en samenstelling van het vermogen te kunnen beoordelen.
Het hof bevestigde dat op grond van redelijkheid en billijkheid deelgenoten recht hebben op inzage in dergelijke stukken. Dit recht vloeit voort uit hun gemeenschappelijk belang bij een juiste afwikkeling van de nalatenschap en wordt ondersteund door art. 843a Rv. Het hof oordeelde dat appellant voldoende spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de vordering, mede omdat de nalatenschap nog niet was verdeeld en er geen sprake was van een definitieve afsluiting van de kwestie.
Geïntimeerden voerden aan dat appellant in het verleden al inzage had gehad, maar het hof stelde dat sindsdien een nieuwe situatie was ontstaan en dat de gevorderde inzage uitgebreider was dan eerder overeengekomen. Het hof veroordeelde geïntimeerden tot afgifte van het pakket binnen acht dagen, stelde een dwangsom in bij niet-naleving en bepaalde dat appellant het pakket 30 dagen mag inzien en laten onderzoeken door een accountant. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt geïntimeerden tot afgifte van de financiële administratie binnen acht dagen met een dwangsom bij niet-naleving.