ECLI:NL:GHARN:2005:AT9344
Gerechtshof Arnhem
- Verzet
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens termijnoverschrijding in schuldsaneringsregeling
Belanghebbende was van 28 juni 1999 tot 3 juli 2002 opgenomen in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP), waarbij alle correspondentie via een bewindvoerder verliep. Tijdens deze periode werd een aanslag opgelegd en een uitspraak op bezwaar gedaan. De schuldsaneringsregeling eindigde op 3 juli 2002, waarna belanghebbende zelf bevoegd werd om beroep in te stellen.
Het beroepschrift werd echter pas op 8 april 2004 ontvangen, ruim na de beroepstermijn die op 29 juli 2002 eindigde. Belanghebbende voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege gebrekkige communicatie met de bewindvoerder. Het hof oordeelde dat gebreken in die communicatie geen excuus vormen voor het te laat indienen van het beroep.
Daarom verklaarde het hof het beroep niet-ontvankelijk en het verzet ongegrond. Tevens wees het hof op de wettelijke bepalingen die de bevoegdheid van de bewindvoerder tijdens de WSNP regelen en de gevolgen van beëindiging van de schuldsaneringsregeling voor de afdwingbaarheid van vorderingen.
De uitspraak werd gedaan door de vijfde enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem op 27 juni 2005.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend na beëindiging van de schuldsaneringsregeling.