ECLI:NL:GHARN:2005:AU0446
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginkel
- Mens
- Wammes
- Rechtspraak.nl
Geen pensioenverevening bij scheiding vóór Wet verevening pensioenrechten
In deze zaak stond de vraag centraal of de vrouw aanspraak kon maken op de verrekening van het ouderdomspensioen van de man, ondanks dat hun huwelijk in 1991 werd ontbonden en de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVP) pas in 1995 in werking trad.
De rechtbank had geoordeeld dat de WVP niet van toepassing was op deze scheiding en dat de huwelijkse voorwaarden, waarin pensioenrechten waren uitgesloten van gemeenschap, bindend waren. De vrouw stelde dat op grond van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW Pro) pensioenverrekening toch moest plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat de wetgever bewust de WVP niet terugwerkend toepast en dat de uitzonderingsgrond van redelijkheid en billijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen geldt. De door de vrouw aangevoerde omstandigheden, zoals het lange huwelijk en gewijzigde vermogensposities, rechtvaardigen geen afwijking van de huwelijkse voorwaarden.
Daarom faalden beide grieven van de vrouw en werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De vrouw werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot pensioenverrekening af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.