ECLI:NL:GHARN:2005:AU0578
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Kwaak
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over matiging boetebeding in koopcontract appartement
In deze civiele zaak stond de matiging van een boetebeding centraal dat was opgenomen in een koopcontract voor een appartement. Appellant was verplicht om voor 1 oktober 2002 separate gas-, water- en elektra-aansluitingen te realiseren. Dit gebeurde pas in april 2003, waarna geïntimeerden een boete vorderden van EUR 32.229,-- op grond van het contract.
Appellant voerde meerdere grieven aan tegen het eerdere vonnis, waaronder dat hij overmacht had wegens slechte gezondheid, chaotische administratie en een verkeerde offerte van Nuon. Ook stelde hij dat geïntimeerden geen belang hadden bij de vordering en dat de boete buitensporig was. Het hof verwierp deze grieven en oordeelde dat appellant het risico had genomen door niet tijdig te controleren of hij aan zijn verplichtingen kon voldoen.
Het hof stelde dat het boetebeding niet buitensporig was, mede omdat het promillage van drie pro mille standaard is in dergelijke koopaktes en de vertraging aanzienlijke gevolgen had voor de verbouwingswerkzaamheden van geïntimeerden. De boete werd daarom niet gematigd en appellant werd veroordeeld tot betaling van het volledige bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van de volledige boete van EUR 32.229,-- met wettelijke rente en proceskosten.