ECLI:NL:GHARN:2005:AU0647
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Nunnikhoven
- Van Kuijck
- Clarenbeek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
Het gerechtshof Arnhem heeft in hoger beroep geoordeeld over een zaak waarin verdachte, een Duitse rechtspersoon, werd beschuldigd van het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning in de gemeente Voorst gedurende de periode van 19 augustus 2002 tot 10 juli 2003.
Verdachte voerde aan dat zij een dienst had verricht in de zin van artikel 49 EG Pro-verdrag en derhalve geen tewerkstellingsvergunning hoefde aan te vragen. Het hof stelde echter vast dat het hier ging om het ter beschikking stellen van werknemers aan een Nederlandse inlener voor werkzaamheden binnen diens reguliere productieproces, waardoor artikel 49 EG Pro-verdrag niet van toepassing was. Bovendien waren de betrokken vreemdelingen geen EU-burgers en hadden zij geen recht op vrij verkeer van werknemers.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de vreemdelingen arbeid had laten verrichten zonder vergunning en sprak verdachte daarom vrij van andere tenlastegelegde feiten. Verdachte werd veroordeeld tot twee geldboetes van elk €900, waarvan de helft voorwaardelijk werd opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
Het arrest bevestigt dat de Nederlandse wetgeving inzake tewerkstellingsvergunningen niet in strijd is met het EG-verdrag in gevallen van het ter beschikking stellen van werknemers uit derde landen en benadrukt het belang van naleving van nationale arbeidsregelgeving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee geldboetes van elk €900, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.