ECLI:NL:GHARN:2005:AU0790
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mannoury
- Rijken
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen faillietverklaring vennootschap onder firma en betwisting vorderingen
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de faillietverklaring van een vennootschap onder firma en haar vennoten. De faillietverklaring was door de rechtbank Zutphen uitgesproken op verzoek van drie schuldeisers, die vorderingen hadden ingediend tegen de vennootschap. De vennootschap en twee vennoten betwistten de faillietverklaring en stelden dat zij niet in staat van betalingsonmacht verkeerden.
Een belangrijk twistpunt was de vraag of alle vennoten toestemming hadden gegeven voor het instellen van hoger beroep, zoals vereist in de vennootschapsakte. Het hof oordeelde dat de medefirmanten die berustten in het vonnis zonder toestemming hadden gehandeld, maar dat het onthouden van toestemming aan de appellanten onaanvaardbaar was gelet op de omstandigheden en de verhouding tussen de vennoten.
De vorderingen van de schuldeisers werden inhoudelijk getoetst. Het hof achtte slechts de vordering van één schuldeiser summierlijk bewezen, terwijl de andere vorderingen gemotiveerd werden betwist en onvoldoende onderbouwd waren. Gelet op het ontbreken van een toestand van betalingsonmacht vernietigde het hof het vonnis van faillietverklaring en wees het verzoek af.
De faillissementskosten werden vastgesteld en toegerekend aan de schuldeisers die het faillissement hadden aangevraagd. Het arrest werd uitgesproken op 8 augustus 2005 door het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hof vernietigt de faillietverklaring en wijst het verzoek tot faillietverklaring af wegens onvoldoende bewijs van betalingsonmacht.