ECLI:NL:GHARN:2005:AU1066
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- M. Mannoury
- J. Smeeïng-van Hees
- J. Quint
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis kort geding inzake onrechtmatigheid bankhandelen en schadevordering
De stichting Benadeelden Triple Plus / Plentium Trust en een besloten vennootschap (gezamenlijk stichting c.s.) vorderden in kort geding een voorschot op schadevergoeding van de bank wegens vermeend onrechtmatig handelen. De voorzieningenrechter wees de vordering af. In hoger beroep voerden de stichting c.s. zeven grieven aan, waaronder dat de bank niet tijdig toezichthouders had geïnformeerd en haar bancaire diensten niet tijdig had onthouden.
Het hof overwoog dat voor toewijzing in kort geding de vordering in hoge mate aannemelijk moet zijn en dat onverwijlde spoed vereist is. Het hof stelde vast dat de eerste rechter de verwijten aan de bank voldoende heeft betrokken en dat de bank aannemelijk heeft gemaakt dat zij de kredietaanvragen conform vaste maatstaven heeft beoordeeld.
De grieven over het interne onderzoeksrapport en het niet nagaan van vergunningen werden verworpen. Ook het verwijt dat de bank onrechtmatig handelde door toezichthouders niet eerder te informeren werd door het hof niet gevolgd, omdat het niet aannemelijk was dat dit tot eerder beëindigen van activiteiten had geleid.
Het hof oordeelde dat de bank niet verplicht was haar diensten aan WZH en Triple zonder tussenkomst van toezichthouders te onthouden. Gezien deze overwegingen is de deugdelijkheid van de vordering onvoldoende om toewijzing in kort geding te rechtvaardigen. Het bestreden vonnis werd bekrachtigd en de stichting c.s. werd in de kosten van het hoger beroep veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering van de stichting c.s. tot schadevergoeding af.