ECLI:NL:GHARN:2005:AU1067
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mannoury
- Van der Kwaak
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Betrokkenheid van geïntimeerde bij overeenkomst namens op te richten besloten vennootschap
In deze civiele zaak stond centraal of geïntimeerde gebonden was aan een overeenkomst die namens een op te richten besloten vennootschap was aangegaan. De rechtbank Zutphen had de vordering van ’t Web afgewezen, maar het gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis en oordeelde dat geïntimeerde ingevolge artikel 2:203 tweede Pro lid BW verbonden bleef, omdat niet was gesteld of gebleken dat de vennootschap de overeenkomst had bekrachtigd.
Geïntimeerde voerde aan dat hij slechts als adviseur optrad en niet de intentie bestond hem te binden aan de overeenkomst. Dit verweer werd verworpen omdat de wet bepaalt dat degene die namens een op te richten vennootschap handelt, gebonden blijft zolang de vennootschap niet bekrachtigt, ongeacht de bedoeling van partijen.
Daarnaast werd het beroep op het arrest van de Hoge Raad uit 1982 afgewezen, omdat de vraag of sprake was van handelen namens een op te richten vennootschap niet ter discussie stond. Ook het verweer dat toewijzing in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid faalde.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Het hof veroordeelde geïntimeerde tot betaling van € 12.011,05 vermeerderd met wettelijke rente en in de kosten van beide instanties, en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Geïntimeerde is veroordeeld tot betaling van € 12.011,05 vermeerderd met wettelijke rente, met uitzondering van buitengerechtelijke incassokosten.