ECLI:NL:GHARN:2005:AU1832
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.W. Steeg
- Tjittes
- Rank-Berenschot
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over volmacht en contractuele aansprakelijkheid bij aannemingsovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of appellante partij is bij een aannemingsovereenkomst en of zij een volmacht aan X. heeft verleend om namens haar te handelen. Het aannemersbedrijf vordert betaling van een factuur voor verbouwingswerkzaamheden aan de woningen van appellante en X. De rechtbank wees de vordering toe, maar appellante stelde hoger beroep in.
Het hof stelt vast dat alle offertes, opdrachtbevestigingen en facturen voornamelijk aan X. zijn gericht, die ook de betalingen heeft verricht. Appellante heeft weliswaar betrokkenheid bij de verbouwing getoond, zoals het uitzoeken van materialen en het aanvragen van een bouwvergunning, maar het aannemersbedrijf heeft onvoldoende bewijs geleverd dat zij een volmacht aan X. heeft verleend om de overeenkomst aan te gaan.
De ondertekende opdrachtbevestiging door X. op naam van appellante is onvoldoende bewijs, aangezien het aannemersbedrijf niet heeft aangetoond dat de handtekening daadwerkelijk van appellante afkomstig is. Het hof oordeelt dat het aannemersbedrijf niet redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. Daarom mist de vordering een contractuele grondslag.
Het hof wijst verder op het ontbreken van een ondeelbare rechtsverhouding tussen appellante en X., waardoor de procedure tegen alleen appellante niet niet-ontvankelijk is. Het hof wijst grieven van appellante deels toe en bepaalt dat partijen een comparitie zullen houden om nadere standpunten over ongerechtvaardigde verrijking en kosten te bespreken en te onderzoeken of zij tot overeenstemming kunnen komen.
De beslissing wordt aangehouden en een raadsheer-commissaris zal een comparitie plannen om verdere inlichtingen te verkrijgen en mogelijke schikking te bevorderen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het aannemersbedrijf geen toereikende volmacht heeft aangetoond en houdt de beslissing aan voor een comparitie van partijen.