ECLI:NL:GHARN:2005:AU1969
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- Monsma
- Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing cultuurgrondvrijstelling bij waardering onroerende zaken wegens ontbreken bedrijfsmatige exploitatie
Belanghebbende, een stichting, was eigenaar van zeven onroerende zaken in Lelystad en maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebeschikking voor de periode 2001-2004. Zij stelde dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing moest zijn omdat de gronden bedrijfsmatig werden geëxploiteerd. De gemeente Lelystad, vertegenwoordigd door de Ambtenaar, stelde dit te betwisten en handhaafde de waardering zonder vrijstelling.
Het Hof oordeelde dat de Ambtenaar de waarderingen aannemelijk had gemaakt en dat de bewijslast voor toepassing van de cultuurgrondvrijstelling bij belanghebbende lag. Uit de pacht- en huurovereenkomsten en oprichtingsakten bleek dat gebruikers C BV en D BV de gronden niet voor bedrijfsmatige exploitatie gebruikten, maar voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, waarbij het streven naar winst ondergeschikt was aan onderzoeksdoeleinden.
De positieve resultaten die C BV en D BV incidenteel behaalden, waren te beperkt en incidenteel om bedrijfsmatige exploitatie aan te tonen. Ook het argument dat de landbouwsector afhankelijk is van subsidies bood geen grond voor toepassing van de vrijstelling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de waardebeschikking bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waardebeschikking wordt bevestigd.