ECLI:NL:GHARN:2005:AU2313
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Nunnikhoven
- Denie
- Koksma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak therapeut wegens verlating hulpbehoevende cliënt en niet-ontvankelijkheid OM wegens ontbreken dubbele strafbaarheid
In deze strafzaak stond een therapeut terecht die werd verdacht van het opzettelijk in een hulpeloze toestand brengen en laten van een hulpbehoevende cliënt die later overleed. De feiten speelden zich deels af in Frankrijk, waar de cliënt onder begeleiding van de verdachte verbleef.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van twee tenlastegelegde feiten. Voor het eerste feit, dat betrekking had op handelingen in Frankrijk, was voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid tussen Nederland en Frankrijk. Voor het tweede feit, een overtreding van de Wet BIG, ontbrak deze dubbele strafbaarheid omdat de Franse wetgeving geen strafbepalingen bevatte voor het therapeutisch handelen zoals dat in deze zaak speelde.
Het hof oordeelde dat de tenlastelegging onvoldoende bewijs bevatte dat verdachte het eerste feit had begaan. Ondanks twijfels over het handelen van verdachte, was er geen overtuigend bewijs dat hij de cliënt opzettelijk in een hulpeloze toestand had gebracht of gelaten. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het eerste feit en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk voor het tweede feit.
De uitspraak benadrukt het belang van het vereiste van dubbele strafbaarheid bij internationale strafzaken en de noodzaak van voldoende wettig bewijs voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken van verlating van de hulpbehoevende cliënt en het OM werd niet-ontvankelijk verklaard voor de overtreding van de Wet BIG wegens het ontbreken van dubbele strafbaarheid.