ECLI:NL:GHARN:2005:AU2498
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hilverda
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Weij
- Rechtspraak.nl
Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks verblijf in buitenland
De appellant, D, verzocht om definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, welke door de rechtbank Zwolle-Lelystad werd afgewezen. Het hof Arnhem behandelde het hoger beroep waarbij D stelde dat zijn verblijf in het buitenland geen belemmering vormt voor de uitvoering van de regeling.
Het hof erkende dat het verblijf in het buitenland de uitvoering bemoeilijkt, onder meer door het ontbreken van een postblokkade en communicatieproblemen met de bewindvoerder. Echter, het hof oordeelde dat verblijf in Nederland geen vereiste is, zeker gezien de bereikbaarheid van D via zijn vriendin in Nederland, mobiele telefoon en e-mail. Tevens werd rekening gehouden met zijn arbeidscontract in het buitenland en de positieve verklaring van zijn werkgever.
Verder werd vastgesteld dat D zijn financiële situatie voldoende inzichtelijk had gemaakt, onder meer door het inleveren van een geleasde auto waardoor maandelijkse lasten verminderden, salarisbetalingen rechtstreeks op de boedelrekening en het overleggen van jaarstukken van zijn eenmanszaak. Ook werd de discussie over een schuld aan een verhuurder van een jachthaven besproken, waarbij het hof begrip toonde voor het aanvankelijke niet vermelden van deze schuld.
Gezien deze omstandigheden achtte het hof de vrees dat D zijn verplichtingen niet zou nakomen onvoldoende aannemelijk. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de schuldsaneringsregeling definitief toegepast.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing ondanks het verblijf in het buitenland.