ECLI:NL:GHARN:2005:AU2564
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- J. Lamens
- R. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Geen discriminatie bij schrappen beroepskostenaftrek in Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende deed voor 2002 aangifte van een belastbaar inkomen uit werk en woning. Hij wilde advocaatkosten van € 3.237,49 als aftrekbare kosten opvoeren, maar de Inspecteur weigerde deze aftrek. Belanghebbende stelde dat deze weigering in strijd was met het EVRM en het IVBPR, omdat werkgevers dergelijke kosten belastingvrij kunnen vergoeden.
De Wet inkomstenbelasting 2001 kent geen aftrek voor dergelijke advocaatkosten. De Hoge Raad oordeelde eerder dat dit niet in strijd is met internationale verdragsbepalingen. Belanghebbende voerde ook aan dat sprake was van verboden discriminatie ten opzichte van belastingplichtigen die soortgelijke kosten wel kunnen aftrekken op grond van artikel 3.108 van de Wet.
Het Hof oordeelde dat er geen sprake is van gelijke gevallen, omdat de relatie tussen uitkeringsontvangers en verstrekkers niet vergelijkbaar is met die tussen werknemers en werkgevers. Ook het toepasselijk zijn van loonbelastingregels op sommige uitkeringen doet hier niet aan af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het Hof wees proceskostenveroordeling af wegens ontbreken van gronden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek van advocaatkosten wordt ongegrond verklaard.