ECLI:NL:GHARN:2005:AU2589
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Weij
- Smeeïng-Van Hees
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen inzake schuldsaneringsregeling bij betwisting samenwoning en terugvordering bijstandsuitkering
Appellante heeft bij de rechtbank Zutphen verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen. Zij ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem. De kern van het geschil betreft een schuld aan de gemeente Winterswijk van ruim €19.000 wegens ten onrechte ontvangen bijstandsuitkering in de periode van februari 2002 tot mei 2003. De gemeente had deze uitkering teruggevorderd omdat appellante naar haar mening samenwoonde met een partner met een hoger inkomen, waardoor zij geen recht op bijstand had.
Appellante stelde in het hoger beroep dat zij niet samenwoonde met betrokkene, haar voormalige echtgenoot, met wie zij na echtscheiding goede vrienden bleef en gezamenlijk zorg droeg voor hun kinderen. Het hof beoordeelde de kans van slagen van het hoger beroep dat appellante bij de Centrale Raad van Beroep had ingesteld tegen de terugvordering. Uit het dossier bleek dat betrokkene veelvuldig bij appellante verbleef en ook in onverwachte situaties beschikbaar was vanwege haar gezondheidsproblemen.
Het hof achtte de ontkenning van samenwoning door appellante ongeloofwaardig, mede omdat zij geen eigen adres van betrokkene kon noemen. Ook verklaringen van buurtbewoners konden dit niet overtuigend weerleggen. Het hof concludeerde dat appellante niet te goeder trouw was ten aanzien van de schuld. Bij gebrek aan bijzondere omstandigheden om het verzoek toch toe te wijzen, werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Zutphen wordt bekrachtigd.