ECLI:NL:GHARN:2005:AU4232
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- N.E. Haas
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op aandelen in materiële onderneming
Belanghebbende vormde een fiscale eenheid met dochtermaatschappij B B.V., die betrokken was bij productie en bedrukking van verpakkingen en spellen. B sloot een overeenkomst om een Noorse vennootschap E AS op te richten, waarbij B uiteindelijk 50% van de aandelen zou verkrijgen. Later werd de overeenkomst gewijzigd, waarbij E AS zich beperkte tot het houden van onroerend goed.
De Inspecteur erkende dat kosten van aandelenverwerving ten laste van de winst konden worden gebracht, maar betwistte toepassing van de deelnemingsvrijstelling op een voordeel van f 609.002. Belanghebbende stelde dat de aandelen niet als voorraadaandelen konden worden aangemerkt omdat E AS een materiële onderneming dreef en verwees naar de Falconarresten.
Het Hof stelde vast dat aandelen in vennootschappen die een materiële onderneming drijven niet als voorraad kunnen worden beschouwd volgens artikel 13 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De aandelen E AS werden dan ook niet als voorraadaandelen gehouden. Hierdoor kwamen de correcties ten bedrage van f 28.238 en f 609.002 te vervallen, en werd het belastbaar bedrag verminderd tot f 6.558.282.
Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de navorderingsaanslag verminderd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd de Staat aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van € 2.976.018.