ECLI:NL:GHARN:2005:AU4506
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginkel
- Wammes
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting pensioenverevening in huwelijkse voorwaarden en overeenkomst
In deze zaak staat centraal of partijen bij hun huwelijkse voorwaarden van 8 juli 1987 en een schriftelijke overeenkomst van 21 juni 2001 de toepasselijkheid van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVP) uitdrukkelijk hebben uitgesloten. De rechtbank had geoordeeld dat artikel 7 van Pro de huwelijkse voorwaarden, dat pensioenverevening uitsluit, geldt als een uitdrukkelijke uitsluiting in de zin van artikel 11 WVP Pro.
Appellante betwistte dit en voerde aan dat de rechtbank onjuist had geoordeeld en dat de uitsluiting niet expliciet was. Het hof oordeelde echter dat de bewoordingen van artikel 7 duidelijk Pro betrekking hebben op pensioenverevening en dat partijen redelijkerwijs deze uitleg mochten toekennen. De notaris die de huwelijkse voorwaarden had opgesteld bevestigde in een brief dat partijen bewust kozen voor koude uitsluiting van pensioenrechten vanwege fiscale overwegingen.
Verder wees het hof het beroep van appellante af dat er onderscheid gemaakt moest worden tussen ouderdoms- en nabestaandenpensioen, en verwierp de klachten over de hoogte van een dwangsom. Ook werd appellante niet-ontvankelijk verklaard in een aanvullende vordering wegens het ontbreken van een eis in reconventie. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verwierp het incidenteel beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar vordering, waarbij pensioenverevening rechtsgeldig is uitgesloten.