ECLI:NL:GHARN:2005:AU6576
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Fokker
- Knottnerus
- Van der Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering Rabobank wegens ongeoorloofde debetstand na derdenbeslag
Appellant had bij de Rabobank een betaalrekening waarop geen debetstand was toegestaan. Op 1 maart 2001 werd een bedrag bijgeschreven, waarna de Belastingdienst derdenbeslag legde op het saldo. Kort daarna vond een kasopname plaats, waardoor een debetstand ontstond. De Rabobank betaalde het beslagbedrag aan de deurwaarder en vorderde vervolgens het debetsaldo van appellant.
Appellant voerde aan dat de vordering niet uit de overeenkomst voortkwam, omdat het tekort was ontstaan door handelen van de Rabobank buiten de overeenkomst om. Tevens stelde hij onzorgvuldig handelen van de bank aan de orde. Het hof oordeelde dat de Rabobank wettelijk verplicht was het saldo op het moment van beslaglegging aan de deurwaarder te voldoen en dat artikel 11 van Pro de Algemene voorwaarden de debetstand onmiddellijk opeisbaar maakt.
Het hof verwierp het betoog van appellant over onzorgvuldig handelen, omdat het beslag administratief verwerkt moest worden. Ook werd benadrukt dat de Rabobank door het beslag niet slechter af mocht zijn dan tegenover appellant. De vordering van de Rabobank werd daarom toegewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vordering van de Rabobank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.