ECLI:NL:GHARN:2005:AU6827
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Valk
- Van der Beek
- Jansens van Gellicum
- Duenk
- Rechtspraak.nl
Ontbinding pachtovereenkomst afgewezen wegens onvoldoende billijkheidsgrond
De gemeente Nijmegen vorderde de ontbinding van een pachtovereenkomst met betrekking tot een landbouwperceel, gebaseerd op artikel 54, derde lid, van de Pachtwet. De rechtbank Arnhem wees deze vordering af, waarna de gemeente in hoger beroep ging. Het hof Arnhem stelde vast dat de pachter, [geïntimeerde], ondanks het ontbreken van een theoretische landbouwopleiding, voldoende ervaring en betrokkenheid bij het bedrijf had. Er was geen aanleiding tot vrees voor slecht onderhoud van het gepachte of wanbetaling.
De gemeente voerde aan dat [geïntimeerde] een goede baan buiten de landbouw heeft en dat het beëindigen van de pacht haar niet zou schaden. Het hof oordeelde echter dat [geïntimeerde] het bedrijf feitelijk exploiteert, investeert en inkomsten uit het bedrijf haalt, en dat het verlies van het gepachte een aanzienlijk deel van de bedrijfsoppervlakte zou betekenen. De gemeente had bovendien geen concreet besluit of beleid overgelegd dat haar financiële belangen voldoende onderbouwt.
Het hof benadrukte dat de gemeente als eisende partij moet aantonen dat het billijker is de pacht te beëindigen dan voort te zetten. Het enkele feit dat de grond in pachtvrije staat meer opbrengt, is daarvoor onvoldoende. Gezien het zichtbare belang van [geïntimeerde] bij het behoud van de grond en de onvoldoende geconcretiseerde belangen van de gemeente, werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De gemeente werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst af.